|
KASTEEL VAN HEERS Limburg
EN OUD, FEODAAL KASTEEL Het omwalde kasteel van Heers geldt als typevoorbeeld van een oud feodaal kasteel met een geschiedenis die teruggaat tot de 10e eeuw. Het is gebouwd, waarschijnlijk omstreeks de wisseling van de 15e naar de 16e eeuw, op kelders en gewelven, die uit de 14e eeuw stammen. Het kasteel, dat laatgotische kenmerken met vroege-renaissancistische motieven verenigt, ontleent zijn karakteristieke uitzicht aan de drukke opeenvolging van horizontale banden baksteen en mergelsteen (speklaagverband). De versterkte poort, die toegang gaf tot een vierkant binnenplein, was vroeger door twee ronde torens geflankeerd, die nu verdwenen zijn. Verder was er een boerderij, eveneens door water omringd en beveiligd door een poort met een torentje, een derde poort met torens en grachten. Alles wijst op een defensieve instelling: men moest het hoofd kunnen bieden aan belegeraars van alle soort. Zo speelde het kasteel een belangrijke rol in de oorlogen van de Bourgondische hertogen en in de 17e eeuw was hij een twistappel tussen de Fransen en het leger van de Zeven Provinciën.
BESCHRIJVING
Twee van de kasteelvleugels herbergen het woongedeelte en zijn ter hoogte van de eerste verdieping met renaissancistische bogen versierd waarvan het lijstkroonwerk en de overheersende lijn aan die van de gaanderijen van het paleis der Prins-Bisschoppen van Luik herinneren, welke van 1526 af door Arnold de Mulckens, Erard de la Marcks geliefkoosde architect, werden vernieuwd. De andere vleugels zijn de dienstgebouwen, die onderaan een galerij met rondbogige portieken hebben. De buitengevels hebben elk een verschillend karakter. De oostzijde met zijn twee verdiepingen heeft een fries van handboogjes, waarvan sommige met visblaasmotieven opgevuld zijn. Ter hoogte van de kroonlijst rijzen drie vensters met trapgevelvormige bekroning op. Deze beide decoratie-elementen vindt men ook op de versterkte poort terug. De grote Franse ramen zijn blijkbaar van latere datum. Rechts van deze oostgevel staat een zware vierkante hoektoren, met een klein veelhoekig torentje dat op dakhoogte begint. De Noordzijde is ondanks latere toevoegingen de meest evenwichtige gevel: links en rechts de uitspringende hoektorens en in het midden een vijfhoekige uitsprong van één verdieping hoog, waarboven een smeedijzeren balustrade van circa 1720 werd aangebracht. De gevel wordt bekroond door een Maaslandse barokke krulgevel. Voor elk van de Franse ramen werd onderaan smeedwerk uit dezelfde periode aangebracht. Deze gevel geeft uit op de uitgestrekte tuin, die nog iets van zijn vroegere Engelse aanleg laat vermoeden, maar die totaal verwaarloosd werd. De westgevel was het minst zichtbaar en bijgevolg ook zeer gesloten en sober uitgewerkt. Hij kijkt uit op het neerhof, dat men langs een versterkte ingang betrad. De meeste neerhofgebouwen dateren uit 1621, zoals een jaartal in mergelsteen het aanduidt. De zeer grote langschuur (grootste graanschuur van Limburg) maakt hierop een uitzondering. Uit de bouwstijl en het gebruik van de materialen kan men immers gemakkelijk vaststellen dat ze gelijktijdig met het laatgotisch kasteel werd opgetrokken. De voorgevel ervan vertoont dezelfde typisch gelaagde structuur. Het zadeldak begint zeer laag en steunt op een indrukwekkend dakgebinte. De voorname collectie binnendecoratie van het kasteel werd op het einde van de 18e eeuw uitgevoerd in opdracht van Karel, de zoon van Nicolaas-Erasmus, baron van Stockem, die het kasteel in 1757 verwierf. Het stucwerk behoort stilistisch tot de overgang van Lodewijk XV naar Lodewijk XVI. De motieven zijn zeer gevarieerd en bestaande uit trofeeën betreffende kunsten en wetenschappen, tuin-, jacht- en visvangstmotieven, bloesems, eivormige versieringen, linten, bloemenmanden en decoraties, geïnspireerd door de seizoenen. Deze guilandes, medaillons en reliëfs zijn een kostbaar getuigenis van de destijdse binnenhuisversiering. Op de bovenverdieping treft men een op zijn Duits ingerichte receptiezaal aan. Uit een schelpvormige nis, waarin een uit plateelwerk vervaardigde kachel staat, blijkt de uitheemsheid uit die tijd.
SITUATIE IN 1771
GESCHIEDENIS
Waarschijnlijk bezat de eerste vermelde heer van Heers, Cuno van Hairs (1034), reeds een residentie ter plaatse. In 1328 wordt het kasteel van Heers expliciet vermeld, wanneer het verwoest wordt in het conflict tussen prinsbisschop Adolphe de La Marck en de ambachten. Door huwelijk komt de heerlijkheid Heers in het bezit van de familie de Riviere (1362). Raes de Riviere, genaamd Raes van Heers, is één van de Luikse leiders van de opstand tegen de Bourgondiërs. Na de nederlaag van de Luikse milities in Brustem (1467) trekken Bourgondische troepen onder leiding van de heer van Ravenstein op naar Heers, plunderen het kasteel en steken het in brand. Raes van Heers wordt vogelvrij verklaard en zijn goederen geconfisceerd; hij vlucht naar Frankrijk. Na de dood van Karel de Stoute (1477) keert hij terug en zijn bezittingen worden hem door Maria van Bourgondië gerestitueerd. Vlg. sommige bronnen wordt het huidige kasteel aan Raes van Heers en zijn echtgenote Peixte van Grevenbroek toegeschreven, en zou dan dateren van de heropbouw na 1477. Te oordelen naar de stijl van het gebouw situeert het zich echter eerder eind XV-begin XVI. Tijdens de oorlog van Lodewijk XIV met de Verenigde Provinciën, wordt op 24 januari 1676 een sterk Hollands garnizoen in het kasteel geplaatst. De markies d'Estrades valt het kasteel aan en bombardeert het gedurende twee dagen. De Hollanders krijgen versterking vanuit Hasselt, en het beleg wordt opgeheven. Op 29 september vallen de Fransen het kasteel opnieuw aan en veroveren het, maar worden er na twee dagen weer uit verdreven. Er wordt ook melding gemaakt van een bezetting van het kasteel door Duitse troepen in 1681. Na de dood van Henri-Oger, laatste graaf van Heers, ca. 1682, wordt het kasteel waarschijnlijk niet meer bewoond, en verkeert na de hogervermelde oorlogsverrichtingen mogelijk in slechte staat. De abdij van St-Laurent komt in bezit van de goederen, en verkoopt ze bij het failliet van de familie de Rivière in 1757 aan de belangrijkste crediteur, Jan-Herman, baron de Stockem; deze maakt zijn rechten over aan zijn broer, Nicolas-Erasme, die het kasteel laat restaureren; de binneninrichting gebeurde door Charles, zoon van Nicolas-Erasme. Door huwelijk komen de goederen in 1859 in het bezit van de familie Desmaisières.
LIGGING
Nieuwe steenweg 71, 3840 Heers
Heers is een van de grotere dorpen in Limburgs Haspengouw. Het dorp strekt zich uit langs de en aan de N3, die Sint-Truiden , via Oreye, verbindt met Luik, zowat 11km ten zuidoosten van St.-Truiden.
Beschermd als dorpsgezicht Besluit van 1981 samen met de omgeving, kerk en de pastorie
Beschermd als monument
Besluit van 1943 met inbegrip van de hoeve, de kapel der Heren en de nog bestaande grafstenen
Renovatieverplichting Ja
Perceeloppervlakte
23 Ha
Vraagprijs €3.000.000,-
|